http://www.youtube.com/watch?v=c-v0w-NGVZc
......................................... bijzondere mensen, boeken en dingen uit de kleine én de grote wereld!
woensdag 16 februari 2011
Propere lucht (BASTA)
http://www.youtube.com/watch?v=c-v0w-NGVZc
VIDEO. De blauwvintonijnproblematiek in minder dan vijf minuten
- woensdag 16 februari 2011, 18u12
- Bron: belga
- Auteur: loa
Twee reclamestudenten van de Antwerpse hogeschool Sint Lucas hebben een animatiefilm gemaakt over de blauwvintonijn, die dreigt uit te sterven door overbevissing. In het filmpje leggen ze de problematiek uit in minder dan 5 minuten.
Het filmpje maakt deel uit van het afstudeerproject van de studenten. 'Onze onderzoeksvraag luidt: kunnen twee studenten de blauwvintonijn redden?', legt student Michael Dilissen uit. 'Dit project gaat verder dan de school; we willen echt dat zo veel mogelijk mensen het filmpje te zien krijgen.'
Informatie over het probleem vonden ze bij wetenschappers, organisaties en in tijdschriften.
De studenten vragen op hun website geld of materiaal te doneren om hun strijd tegen de illegale vangst te steunen. 'We onderhouden contacten met organisaties om de verzamelde middelen te gebruiken', zegt Dilissen daarover.
Milieuorganisaties Greenpeace en WWF voeren al jaren strijd voor de redding van de blauwvintonijn. De vis is erg populair in Japan, waar hij in sushi terechtkomt. 'Probleem is dat de vissen gevangen worden voor ze zich kunnen voortplanten, en bovendien worden ze gevangen als ze in een school zwemmen', zegt Saskia Richartz van Greenpeace. 'Ondanks verscherpte controles blijft illegale visvangst een probleem.' Ze merkt op dat alleen een verbod om op de blauwvintonijn te vissen, de soort nog kan redden.
Wetenschappers hopen al langer dat er een verbod komt. Maar de internationale commissie voor het beheer van de Atlantische tonijn (Iccat) hield het eind vorig jaar enkel bij een verlaging van de quota.
http://www.youtube.com/watch?v=rDiuj6Vvofs
Informatie over het probleem vonden ze bij wetenschappers, organisaties en in tijdschriften.
De studenten vragen op hun website geld of materiaal te doneren om hun strijd tegen de illegale vangst te steunen. 'We onderhouden contacten met organisaties om de verzamelde middelen te gebruiken', zegt Dilissen daarover.
Milieuorganisaties Greenpeace en WWF voeren al jaren strijd voor de redding van de blauwvintonijn. De vis is erg populair in Japan, waar hij in sushi terechtkomt. 'Probleem is dat de vissen gevangen worden voor ze zich kunnen voortplanten, en bovendien worden ze gevangen als ze in een school zwemmen', zegt Saskia Richartz van Greenpeace. 'Ondanks verscherpte controles blijft illegale visvangst een probleem.' Ze merkt op dat alleen een verbod om op de blauwvintonijn te vissen, de soort nog kan redden.
Wetenschappers hopen al langer dat er een verbod komt. Maar de internationale commissie voor het beheer van de Atlantische tonijn (Iccat) hield het eind vorig jaar enkel bij een verlaging van de quota.
http://www.youtube.com/watch?v=rDiuj6Vvofs
zondag 13 februari 2011
Siddhartha Mukherjee • Kanker: De keizer aller ziektes •
Siddhartha Mukherjee •De keizer aller ziektes •
Siddhartha Mukherjee
Kanker is onlosmakelijk verbonden met onze samenleving: naarmate we als mens langer leven, zorgen we onvermijdelijk voor meer kwaadaardig groeiende cellen. Anders dan vaak wordt gedacht is kanker geen recent ontstane ‘welvaartsziekte’. In het boek De keizer aller ziektes beschrijft de Amerikaanse oncoloog Siddhartha Mukherjee de geschiedenis van de medische strijd tegen deze groteske, veelzijdige ziekte. Wat is er de afgelopen vierduizend jaar veranderd aan behandeling en prognose, en wat zouden we later in dit millennium kunnen verwachten?
In 2004 vroeg een vrouwelijke patiënt, die Siddhartha Mukherjee behandelde, naar de geschiedenis van de ziekte waar zij tegen streed. Vergeefs zocht Mukherjee naar een boek dat hij kon aanbevelen. Zo’n 5000 boeken zijn er over kanker geschreven, maar een historisch overzicht ontbrak. Mukherjee besloot om de ontwikkelingen in het medisch denken over kanker zelf in kaart te brengen.
De oudst bekende beschrijving is gevonden op een Egyptische papyrusrol uit de zestiende eeuw v.Chr. die de volledige gezondheidsleer van Imhotep beschrijft, een befaamde Egyptische arts, die rond 2625 v.Chr. heeft geleefd. De papyrus maakt duidelijk dat Imhotep het heeft over een ziekte met een ‘uitpuilend gezwel in de borst’. Hij stelt een diagnose, maar zegt ‘Er is geen behandeling’. In 500 v.Chr. geeft de Perzische koningin Atossa een Griekse slaaf de opdracht om met een mes haar door kanker aangetaste borst af te snijden. Tweehonderd jaar later, in Thracië, identificeert Hippocrates de tumor als een karkinos (Grieks voor krab). Het is een naam die tot in het heden zal doorklinken.
Volgens Mukherjee kwam de medische doorbraak pas in 1840 toen de Duitse patholoog Rudolf Virchow (1821-1902) onzichtbare ziekten op cellulair niveau begon te beschrijven. Toen hij door zijn microscoop naar door kanker aangetast weefsel keek, ontdekte hij dat de cellen zich ongebreideld vermeerderden. Dankzij Virchow weten we dat door onbeheerste celdeling weefselmassa’s (tumoren) ontstaan, die organen binnendringen en normaal weefsel verwoesten.
In het boek ‘De keizer aller ziektes’ doet Mukherjee verslag van alle ontdekkingen, tegenslagen en overwinningen tot en met de hoopvolle ontwikkelingen van de laatste tien jaar. In vijfhonderd pagina’s bewijst Mukherjee waarom de ziekte met recht aanspraak maakt op de titel ‘keizer aller ziektes, koning aller angsten’.
In 2004 vroeg een vrouwelijke patiënt, die Siddhartha Mukherjee behandelde, naar de geschiedenis van de ziekte waar zij tegen streed. Vergeefs zocht Mukherjee naar een boek dat hij kon aanbevelen. Zo’n 5000 boeken zijn er over kanker geschreven, maar een historisch overzicht ontbrak. Mukherjee besloot om de ontwikkelingen in het medisch denken over kanker zelf in kaart te brengen.
De oudst bekende beschrijving is gevonden op een Egyptische papyrusrol uit de zestiende eeuw v.Chr. die de volledige gezondheidsleer van Imhotep beschrijft, een befaamde Egyptische arts, die rond 2625 v.Chr. heeft geleefd. De papyrus maakt duidelijk dat Imhotep het heeft over een ziekte met een ‘uitpuilend gezwel in de borst’. Hij stelt een diagnose, maar zegt ‘Er is geen behandeling’. In 500 v.Chr. geeft de Perzische koningin Atossa een Griekse slaaf de opdracht om met een mes haar door kanker aangetaste borst af te snijden. Tweehonderd jaar later, in Thracië, identificeert Hippocrates de tumor als een karkinos (Grieks voor krab). Het is een naam die tot in het heden zal doorklinken.
Volgens Mukherjee kwam de medische doorbraak pas in 1840 toen de Duitse patholoog Rudolf Virchow (1821-1902) onzichtbare ziekten op cellulair niveau begon te beschrijven. Toen hij door zijn microscoop naar door kanker aangetast weefsel keek, ontdekte hij dat de cellen zich ongebreideld vermeerderden. Dankzij Virchow weten we dat door onbeheerste celdeling weefselmassa’s (tumoren) ontstaan, die organen binnendringen en normaal weefsel verwoesten.
In het boek ‘De keizer aller ziektes’ doet Mukherjee verslag van alle ontdekkingen, tegenslagen en overwinningen tot en met de hoopvolle ontwikkelingen van de laatste tien jaar. In vijfhonderd pagina’s bewijst Mukherjee waarom de ziekte met recht aanspraak maakt op de titel ‘keizer aller ziektes, koning aller angsten’.
Tranen, Waarom mensen huilen (Ad Vingerhoets).
Voor zijn boek deed Vingerhoets uitgebreid onderzoek onder 5500 respondenten uit 37 landen. Opvallend uit het onderzoek is dat er in koudere landen meer wordt gehuild dan in warmere landen. En in de avonduren worden er ook meer tranen geteld. Aanleidingen om te huilen komen voort uit verlies, machteloosheid en verbondenheid.
“We realiseren ons niet dat huilen een gedrag is,” wil Vingerhoets met zijn boek benadrukken. “Een gedrag dat net als alle andere gedragingen ook onder invloed is van sociale en culturele factoren.” Het zijn uiteindelijk de hersenen die bepalen of een situatie aanleiding geeft om te huilen. Maar waarom tranen? Welke rol spelen die precies? Het boek Tranen ontraadselt ons huilgedrag.
http://boeken.vpro.nl/programmas/24214180/afleveringen/44458402/
zaterdag 12 februari 2011
Schele Heidi
Er zijn nog zekerheden: Schele buidelrat Heidi voorspelt Oscarwinnaars . Buidelrat Heidi gaat haar landgenoten octopus Paul en ijsbeer Knut achterna. Ook zij is in Duitsland op korte tijd uitgegroeid tot een ware publiekslieveling....
zaterdag 22 januari 2011
Haïti, een ramp voor journalisten'
Nadat Haïti op 12 januari 2010 door een aardbeving werd getroffen, reist de Nederlandse journalist Hans Jaap Melissen razendsnel af naar het zwaar getroffen gebied. Hij belandt er in "een aardbevingssafari" met "puinpaparazzi" die jagen op de meest spectaculaire beelden.
Al gauw wil hij af van het ‘Anyone here been raped and speaks English?'-gevoel, en na de aanhoudelijke verzoeken om "heftige" en "emotionele" reportages, vindt Melissen dat het genoeg is.
In zijn boek ‘Haïti, een ramp voor journalisten' (KIT Publisher) gunt hij ons een fascinerende blik achter de schermen van de rampenjournalistiek.
22/01/2011
vrijdag 24 december 2010
Het staat vast: Music For Life heeft weer eens warmte gebracht in de koude week voor Kerstmis. Vlaanderen toonde zich van zijn beste kant en trok weer massaal de straat op om geld in te zamelen voor het goede doel. Samenhorigheid onder de Vlamingen en solidariteit met het Zuiden, bestaat er iets mooiers? Een kritische noot is echter onvermijdelijk.

Waarom trotseerden al deze Vlamingen de vrieskou voor Music For Life? En waarom schieten veel jongeren die moeilijk warm te krijgen zijn voor alles wat met het Zuiden te maken heeft wel in actie als het om Music For Life gaat? Weet diezelfde gulle Vlaming überhaupt waarvoor hij geld aan het inzamelen is?
Om dit te onderzoeken nam ik de proef op de som en vroeg het aan enkele jongeren op de Groenplaats. “Omdat we Music For Life een supertoffe actie vinden,” is het standaard antwoord. Met wat geluk wisten ze mij ook nog te vertellen dat ze het goed vonden dat de AIDS-wezen in Afrika worden geholpen. Tot daar.
Nu kan je hen dat niet echt kwalijk nemen aangezien de media hier absoluut geen belang aan schijnen te hechten en ik er bijgevolg maar zelf naar op zoek ben gegaan.
Jawel, u leest het goed: enkele miljoenen euro’s worden met gemak ingezameld en ik moet op zoek gaan naar wat er precies mee zal gebeuren.
Die zoektocht verliep allesbehalve vlot. De website van het Rode Kruis blijft vaag. Ik besloot dus te bellen. Na uren geduld en lang aandringen kon de woordvoerder van het Rode Kruis mij vertellen dat het geld gebruikt zal worden om AIDS-weeskinderen in Mozambique, Malawi, Zuid-Afrika, Namibië, Swaziland en Oeganda in hun ‘basisbehoeften te voorzien en hun kinderrechten te garanderen’. Die basisbehoeften zijn vooral eten, onderdak, bescherming en onderwijs. Het Rode Kruis zal de AIDS-wezen onder andere psychologische hulp verlenen en indien nodig in een nieuw gezin laten opnemen en materieel ondersteunen.
Materiële ondersteuning wil zeggen dat ons geld ook wordt gebruikt om hen van voedselpakketten en dergelijke te voorzien. Snel het verschil proberen maken dus. Met dat laatste heb ik het eerlijk gezegd wat moeilijk. Als er een ding is wat de NGO’s door scha en schande hebben moeten leren is het wel dat ontwikkelingssamenwerking nu eenmaal niet zo werkt. Snel even het verschil willen maken stimuleert afhankelijkheid en komt de lokale economie in vele gevallen niet ten goede. Deze kortetermijnvisie past niet binnen het plaatje waar het Rode Kruis en Studio Brussel zo graag mee uitpakken: namelijk het zorgen voor een duurzame, structurele oplossing om weeskinderen van AIDS-ouders weer een toekomstperspectief te bieden. Hoe de verdeling van de opbrengst precies zal verlopen en welk deel ervan naar die materiële hulpverlening zal gaan weet niemand, zelfs het Rode Kruis kon mij geen cijfers geven.
Versta mij alstublieft niet verkeerd; ik ben geen cynicus die niets moet hebben van ontwikkelingssamenwerking en niet weet waarover ze het heeft. Het Zuiden ligt mij nauw aan het hart en ik ben in mijn vrije tijd actief binnen de jongerenafdelingen van heel wat NGO’s. Ik ben zelf naar het West-Afrikaanse Benin mogen reizen en heb zo ontwikkelingsprojecten naar waarde leren schatten, maar wat ik nu voel is een diepe verontwaardiging.
Verontwaardiging enerzijds ten opzichte van de Vlaming, die het kennelijk niet nodig acht verder na te denken over wat er met zijn geld zal gebeuren en al gesust is met de gedachte de arme kindjes in Afrika ‘geholpen’ te hebben…
Zijn we zulke goedgelovige kuddebeesten?
Ik voel ook verontwaardiging ten opzichte van de media, door welke diezelfde Vlaming gemobiliseerd wordt en waarin kritische analyses volledig uitblijven. Alleen al het feit dat er bij het Rode Kruis geen standaard, gedetailleerd antwoord bestaat op de vraag waar de opbrengst naartoe zal gaan, wil zeggen dat het werkelijk niemand interesseert. Dat gaat er bij mij niet in.
Kritiek moet ook constructief zijn, vandaar de volgende oproep. Is het niet mogelijk om van de enorme populariteit van Music For Life gebruik te maken om de Vlaming aan het denken te zetten in verband met de ontwikkelingsproblematiek -met zijn schitterende verwezenlijkingen maar ook zijn eeuwige dilemma’s en gebreken? Zou het niet gezond zijn het strelen van de ego’s in Vlaanderen een week voor Kerstmis voor een keer eens niet te laten primeren? Het zou al een goed begin zijn om een duidelijk onderscheid te maken tussen noodhulp (nodig bij bijvoorbeeld natuurrampen, de specialiteit van het Rode Kruis) en structurele hulp (de specialiteit van de NGO’s en kleinschalige initiatieven, waarvoor de Vlaming en de overheid na Music For Life vrijwel geen geld meer lijken te hebben).
Alles bij elkaar is mijn grootste verontwaardiging misschien wel deze: is het niet schandalig dat ik, als zestienjarig, van nature positief en idealistisch ingesteld meisje de spelbreker moet zijn en om een beetje transparantie moet smeken?
© 2010 - StampMedia – Jana De Poorter
Dirk Bocken op 25 december 2010 5:29
Recht in de roos Jana, het zuiden heeft weinig of geen boodschap aan oppervlakkige hypes en marketingcampagnes. Laat ons kritisch, en natuurlijk constructief omspingen met centen, mensen van goeie wil en goede doelen. Iedereen heeft er baat bij een effectieve en transparante aanpak, burgers, ngo’s en overheid. Nogmaals een pleidooi voor het boek ‘Ontwikkeling & solidariteit’ van Francine Mestrum!
Waarom trotseerden al deze Vlamingen de vrieskou voor Music For Life? En waarom schieten veel jongeren die moeilijk warm te krijgen zijn voor alles wat met het Zuiden te maken heeft wel in actie als het om Music For Life gaat? Weet diezelfde gulle Vlaming überhaupt waarvoor hij geld aan het inzamelen is?
Om dit te onderzoeken nam ik de proef op de som en vroeg het aan enkele jongeren op de Groenplaats. “Omdat we Music For Life een supertoffe actie vinden,” is het standaard antwoord. Met wat geluk wisten ze mij ook nog te vertellen dat ze het goed vonden dat de AIDS-wezen in Afrika worden geholpen. Tot daar.
Nu kan je hen dat niet echt kwalijk nemen aangezien de media hier absoluut geen belang aan schijnen te hechten en ik er bijgevolg maar zelf naar op zoek ben gegaan.
Jawel, u leest het goed: enkele miljoenen euro’s worden met gemak ingezameld en ik moet op zoek gaan naar wat er precies mee zal gebeuren.
Die zoektocht verliep allesbehalve vlot. De website van het Rode Kruis blijft vaag. Ik besloot dus te bellen. Na uren geduld en lang aandringen kon de woordvoerder van het Rode Kruis mij vertellen dat het geld gebruikt zal worden om AIDS-weeskinderen in Mozambique, Malawi, Zuid-Afrika, Namibië, Swaziland en Oeganda in hun ‘basisbehoeften te voorzien en hun kinderrechten te garanderen’. Die basisbehoeften zijn vooral eten, onderdak, bescherming en onderwijs. Het Rode Kruis zal de AIDS-wezen onder andere psychologische hulp verlenen en indien nodig in een nieuw gezin laten opnemen en materieel ondersteunen.
Materiële ondersteuning wil zeggen dat ons geld ook wordt gebruikt om hen van voedselpakketten en dergelijke te voorzien. Snel het verschil proberen maken dus. Met dat laatste heb ik het eerlijk gezegd wat moeilijk. Als er een ding is wat de NGO’s door scha en schande hebben moeten leren is het wel dat ontwikkelingssamenwerking nu eenmaal niet zo werkt. Snel even het verschil willen maken stimuleert afhankelijkheid en komt de lokale economie in vele gevallen niet ten goede. Deze kortetermijnvisie past niet binnen het plaatje waar het Rode Kruis en Studio Brussel zo graag mee uitpakken: namelijk het zorgen voor een duurzame, structurele oplossing om weeskinderen van AIDS-ouders weer een toekomstperspectief te bieden. Hoe de verdeling van de opbrengst precies zal verlopen en welk deel ervan naar die materiële hulpverlening zal gaan weet niemand, zelfs het Rode Kruis kon mij geen cijfers geven.
Versta mij alstublieft niet verkeerd; ik ben geen cynicus die niets moet hebben van ontwikkelingssamenwerking en niet weet waarover ze het heeft. Het Zuiden ligt mij nauw aan het hart en ik ben in mijn vrije tijd actief binnen de jongerenafdelingen van heel wat NGO’s. Ik ben zelf naar het West-Afrikaanse Benin mogen reizen en heb zo ontwikkelingsprojecten naar waarde leren schatten, maar wat ik nu voel is een diepe verontwaardiging.
Verontwaardiging enerzijds ten opzichte van de Vlaming, die het kennelijk niet nodig acht verder na te denken over wat er met zijn geld zal gebeuren en al gesust is met de gedachte de arme kindjes in Afrika ‘geholpen’ te hebben…
Zijn we zulke goedgelovige kuddebeesten?
Ik voel ook verontwaardiging ten opzichte van de media, door welke diezelfde Vlaming gemobiliseerd wordt en waarin kritische analyses volledig uitblijven. Alleen al het feit dat er bij het Rode Kruis geen standaard, gedetailleerd antwoord bestaat op de vraag waar de opbrengst naartoe zal gaan, wil zeggen dat het werkelijk niemand interesseert. Dat gaat er bij mij niet in.
Kritiek moet ook constructief zijn, vandaar de volgende oproep. Is het niet mogelijk om van de enorme populariteit van Music For Life gebruik te maken om de Vlaming aan het denken te zetten in verband met de ontwikkelingsproblematiek -met zijn schitterende verwezenlijkingen maar ook zijn eeuwige dilemma’s en gebreken? Zou het niet gezond zijn het strelen van de ego’s in Vlaanderen een week voor Kerstmis voor een keer eens niet te laten primeren? Het zou al een goed begin zijn om een duidelijk onderscheid te maken tussen noodhulp (nodig bij bijvoorbeeld natuurrampen, de specialiteit van het Rode Kruis) en structurele hulp (de specialiteit van de NGO’s en kleinschalige initiatieven, waarvoor de Vlaming en de overheid na Music For Life vrijwel geen geld meer lijken te hebben).
Alles bij elkaar is mijn grootste verontwaardiging misschien wel deze: is het niet schandalig dat ik, als zestienjarig, van nature positief en idealistisch ingesteld meisje de spelbreker moet zijn en om een beetje transparantie moet smeken?
© 2010 - StampMedia – Jana De Poorter
Dirk Bocken op 25 december 2010 5:29
Abonneren op:
Posts (Atom)





