zondag 6 november 2011

Lisa Appignanesi met haar boek "Alles over de liefde" (VPRO boeken 6/11/11)


Literatuurwetenschapper Lisa Appignanesi doet in haar boek Alles over de liefde een poging om de dynamiek van de liefde te begrijpen. Hoe wij de liefde ervaren en onze verlangens vormgeven. De liefde bergt geluk in zich, vriendschap, genegenheid en erotiek. Maar de liefde kan ook pijn met zich meebrengen, beroering, haat en waanzin, en binnen een huwelijk beklemming, verveling, sleur. Aan de hand van deze machtige en onbeheersbare emoties leren we het best hoe mensen zich voelen.
Lisa Appignanesi is van Poolse origine, die in Frankrijk en Canada opgroeide en momenteel in Londen woont waar ze directeur is van het Freud Museum. Het is niet verwonderlijk dat Freud zijn sporen in Alles over de liefde achterlaat. Appignanesi: “Met zijn werk laat hij zien hoe het kind binnen een gezin de eerste ervaringen opdoet van liefde, haat, jaloezie en de eindeloze conflicten die horen bij het opgroeien in een gezin. En hij toont aan dat liefde een soort genezing kan zijn. Liefde kan je gevoel van ongeluk voor een deel oplossen. Je ziet jezelf met andere ogen, interessanter en vollediger dan hoe je jezelf anders ziet of ervaart. Dat is een kwaliteit van liefde.”

Freud is niet de enige adviseur die Appignanesi heeft geraadpleegd. Naast psychologische en sociologische bronnen putte ze uit romans, mythen en klassieke tragedies. Ook beschrijft ze uitvoerig haar eigen liefdeservaringen. Omdat mensen de liefde veelal als een verhaal beleven nam ze voor haar onderzoek zo’n vijftig interviews af. Liefde is een strikt persoonlijke zaak, verhalen laten goed zien hoe de liefde wordt beleefd. Appignanesi: “Ik speelde niet de socioloog. Geen objectieve vragenlijsten. Ik wilde hun verhalen horen en hun ervaringen. Op het vlak van de liefde gaat het om de betekenis die wij als mensen hechten aan onze ervaringen, die ons leven rijker en voller maken en boeiender. Ik wilde verhalen horen. Eigen ervaringen.”

Alles over de liefde
begint met een verkenning van de eerste kennismakingen met de liefde, waarna er een beeld wordt geschetst van waaruit hartstocht bestaat. Zo’n beetje alle individuele varianten komen voorbij. Vervolgens gaat Appignanesi in op het huwelijk en duurzame relaties, driehoeksverhoudingen en overspel, liefde binnen het gezin en ten slotte liefde en vriendschap. Zelf vat ze het samen als de boog van liefde door het leven heen. Een biografie van de liefde, zo zou je het ook kunnen noemen

Auteur Stefan Brijs met 'Post voor mevrouw Bromley' (VPRO boeken 6/11/11)

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs brak in 2005 bij het grote publiek door met De engelenmaker. Zijn nieuwe roman Post voor mevrouw Bromley legt de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bloot. Twee vrienden groeien op in een troosteloze Londense volkswijk. Als Engeland in 1914 bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raakt, moet het tweetal een keuze maken: wel of niet naar het westfront. Hoe vergaat het een dienstweigeraar als het patriottisme hoogtij viert?
Terwijl de Eerste Wereldoorlog zich in de achtertuin van Stefan Brijs heeft afgespeeld, koos hij ervoor om niet Vlaanderen maar Engeland als vertrekpunt te nemen. Een fragment uit een documentaire over de Slag aan de Somme, juli 1916, vormde de kiem van het boek. Brijs: “Er was een scene van drie seconden, waar een Britse luitenant in de loopgraven brieven van zijn manschappen zat te censureren. Alle brieven die de jongens naar huis schreven werden gecensureerd door de luitenant. Ze mochten geen plaatsnamen noemen of details over de hoeveelheid gewonden vermelden. Toen ik dat zag, dacht ik: Hier zit een verhaal in. Stel dat je verder gaat dan het censureren. Wat als je de brieven gaat manipuleren? Hoe ver kun je daarin gaan?”

Door de filmscene koos Brijs bewust voor een Britse soldaat, waarna hij de geschiedenis van Engeland ten tijde van de Eerste Wereldoorlog ging bestuderen. Brijs: “Ik schrok van de mentaliteit die daar heerste. De oorlog brak uit. Augustus 1914. Ze willen allemaal gaan vechten. Wij Engelsen zijn de grootste en sterkste! We gaan een avontuur beleven, we gaan naar de overkant en we zijn voor de kerst weer terug. Maar er waren ook duizenden jongens die niet wilden vechten. Om verschillende redenen: Omdat ze moesten werken op de boerderij, ze waren bang of zoals John, de hoofdpersoon in het boek, die wilde studeren. Maar de druk op die jongens was vanaf de eerste dag immens.”

Het verhaal over de allesvernietigende strijd aan het westfront wordt verteld vanuit de 19-jarige John Patterson. In het eerste deel van het boek, Het Thuisfront, zijn de onderlinge spanningen in Engeland duidelijk voelbaar. Het patriottisme is er ongekend, de oorlogspropaganda duikt overal op. In tegenstelling tot John besluit zijn boezemvriend Martin Bromley om wel naar het front te gaan. De sociale druk op John neemt toe, in zijn eigen omgeving en ver daarbuiten, omdat een jongen van zijn leeftijd wordt geacht om voor zijn vaderland te vechten. Zelfs zijn liefje Mary, de zus van Martin, is teleurgesteld dat John voor zijn studie en niet voor de oorlog kiest.

Het tweede deel Het Westfront speelt zich af in de mensonterende loopgraven van Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen, waar John zich uiteindelijk toch als vrijwilliger heeft gemeld. Hij draagt een geheim bij zich. De oorlog maakte een einde aan het leven van zijn vriend Martin, maar John houdt hem levend door in de brieven aan diens moeder, mevrouw Bromley, het tegendeel te suggereren.

zondag 30 oktober 2011

Adam Phillips en zijn boek "In onbalans" (VPRO Boeken 30/10/11)


Volgens de Britse psychoanalyticus wordt excessief gedrag gevaarlijk als het zelfdestructief wordt. Phillips: “Als ik van chocola hou en er te veel van eet, bederf ik mijn plezier in chocola. Het gaat erom dat je je plezier in stand houdt. En hebzucht is een onbewuste poging om het plezier kapot te maken.”Om mensen te kunnen begrijpen moet je inzicht krijgen in de excessen, stelt de Britse psychoanalyticus Adam Phillips. Zijn boek In onbalans bestaat uit een verzameling essays en beschouwingen over de evenwichtskunst die de moderne samenleving van ons vraagt. Phillips onderzocht wat de mens het meest uit hun evenwicht kan halen. Want niets vertelt meer over onszelf dan onze excessen en onze reacties op de excessen van anderen.

Als iets in evenwicht is dan lijkt het per definitie ook positief te zijn. Over iemand die in de war is zeggen we dat zijn of haar balans is ontregeld. We dienen evenwichtig te oordelen. Waarom streven we naar die evenwichtigheid? Waarom wordt dat als ideaal gezien? In het boek In onbalans buigt Adam Phillips zich over eten, seks, religie en andere zaken, factoren die ons op een of andere manier aan het wankelen kunnen brengen. Mensen met extreem gedrag zoeken de uiterste grens op, met excessief gedrag overschrijden ze die grens. Excessief gedrag is dan ook noodzakelijk om te bepalen waar onze grenzen liggen, dat we een duidelijk besef hebben wat de juiste gedragswijze is.

Misschien kan alleen de weg van overdaad ons leren wanneer genoeg genoeg is. Want dan weet je pas wanneer je de norm overschrijdt. Phillips: “Hebzucht is meer willen dan je kunt krijgen. En het is ook een zelfhulpmiddel voor een staat van gemis. Als ik voel dat ik iets niet heb, wil ik er zeer waarschijnlijk te veel van. Dat is het probleem van hebzucht. In sommige delen van je leven is overdaad waardevol en interessant. En in andere delen is het heel vermoeiend. Je kunt zeggen: Als je opgroeit, ben je aan het uitvinden welke delen dat zijn. Van sommige dingen of mensen wil ik veel hebben. En van andere dingen of mensen wil ik minder. Het gaat om de kwaliteit, niet de hoeveelheid.”

De eenentwintigste eeuw is de eeuw van het exces. We eten te veel, we kijken porno. Philips: “We leven in een tijd van ongelijke soorten van buitensporigheid. Heel veel mensen zijn buitensporig arm en een minder grote groep mensen is buitensporig rijk. Ik vind het heel vreemd dat veel mensen in onze middenklasse nadenken over wat ze gaan eten. Ze gaan naar restaurants. En het is geen geheim, wat het des te interessanter maakt, dat voor veel mensen overleven hun enige fundamentele opgave is. Er is geen overdaad. Alleen de vraag: Heb je net genoeg om te overleven?”

Herman Pleij schreef het boek "Anna Bijns Van Antwerpen".


Wie een dichteres uit de zestiende eeuw alsnog nieuw leven wil inblazen moet over een flinke dosis verbeeldingskracht beschikken. Historicus Herman Pleij slaagde er evenwel in om van Anna Bijns (1493-1575) een uitvoerig en levendig beeld te schetsen. De Antwerpse dichteres kon vreselijk fulmineren tegen ontrouwe minnaars, op het huwelijk, op de hervormer Maarten Luther en op de protestanten. Over deze krachtige vrouw schreef Herman Pleij het boek Anna Bijns. Van Antwerpen.

Over Anna Bijns was tot voor kort weinig bekend. Ze woonde in Antwerpen, waar ze zich onder rederijkers en franciscaner monniken begaf. We weten dat ze een schooltje had, waar ze tot haar tachtigste - twee jaar voor haar dood - onderwijs heeft gegeven. Drie bundels werden er van haar gepubliceerd, die veelvuldig werden herdrukt en zelfs in het Latijn werden vertaald - wat in die tijd uniek was. Ze stond bekend om haar verbaliteit. Ze kon vreselijk te keer gaan tegen de nieuwlichters van de Reformatie. Het boek Anna Bijns. Van Antwerpen biedt nieuwe inzichten.

In de loop van de zestiende eeuw ontwikkelde Antwerpen zich tot het handelscentrum van West-Europa. In die tijd had Antwerpen de omvang en kenmerken van een metropool. De daarmee gepaarde dynamiek droeg bij aan maatschappelijke en culturele vernieuwingen. De opmars van de drukpers stelde de hervormer Maarten Luther in staat om in 1517 zijn stellingen tegen de handel in aflaten te publiceren. Het vormde de aanleiding tot de verbreiding van de Reformatie, het symbolische begin van het protestantisme. Ook Anna Bijns profiteerde van de boekdrukkunst, maar ze was een fel bestrijdster van Maarten Luther en andere hervormers. In de verzen van Anne Bijns is haar afkeer sterk aanwezig.

Een andere rode draad in haar oeuvre is de onbereikbare geliefde. Ze is bedrogen door haar minnaar. Ze schreef hartstochtelijke refreinen over de streken die een niet trouwe minnaar je kan leveren. Herman Pleij: “Ze heeft een kwart van haar oeuvre aan de bedrogen liefde besteed, over de minnaar die haar in de steek heeft gelaten. Maar liefst achtenveertig refreinen gaan alleen maar over haar minnaar. Ze heeft ongeveer tweehonderdtwintig refreinen geschreven, dat zijn strofische gedichten, die meestal honderd tot tweehonderd regels bedroegen. In totaal bedroegen het dus ruim dertigduizend duizend verzen.”

zaterdag 9 juli 2011

'De vijftig grootste misvattingen in de psychologie' (Wouter Duyck in Radio1 Interne keuken),


Denken mannen om de zeven seconden aan seks? Zijn vrouwen een keer in de maand slecht gezind? Krijgt iedereen rond zijn veertig-/vijftigste een midlifecrisis? Worden mensen knorriger met ouder worden?   We worden bijna dagelijks overspoeld door populair-psychologische weetjes, maar wat is feit en wat is fictie? De Amerikaanse klinisch psycholoog Scott O. Lilienfeld reikt ons de helpende hand. In ‘De vijftig grootste misvattingen in de psychologie' (Prometheus) ontrafelt hij de vele (of dan toch een vijftigtal) misverstanden.

Wouter Duyck, psycholoog aan de universiteit van Gent, heeft het boek met veel interesse gelezen. Hij kwam al eerder in de keuken langs om Dichtung van Warheit te scheiden, maar er zijn nog genoeg misverstanden over, dus schuift hij nog eens aan bij Sven.

zondag 12 juni 2011

Boek "Baltische zielen" (Jan Brokken)

Baltische zielen

Na een gevangenschap van zes jaar werd Aina Roze, de dochter van boekhandelaar Janis Roze in Riga, vrijgelaten uit een Siberische strafkolonie. Haar moeder Emma moest in Siberië achterblijven. Ze vertikte dat. Haar twintigjarige dochter was door de dwangarbeid sterk verzwakt, ze wilde haar vergezellen. Emma ontsnapte en reisde met haar dochter mee. De vrouwen legden duizenden kilometers af, verstopt in treinen en vrachtwagens, of lopend. Toen ze Letland ten slotte bereikten, moest Emma onderduiken. Elf jaar lang diende ze als huishoudster bij een professor in Riga. De kinderen van haar zoon wisten niet wie ze was en spraken haar aan met ‘tante’. Pas in 1959 durfde ze te zeggen: ‘Wees nu maar aardig voor me, ik ben jullie oma.’

De verbijsterende geschiedenis van de familie Roze is een van de tientallen verhalen die Jan Brokken optekende. Van 1999 tot 2010 zocht hij in Estland, Letland en Litouwen naar levensgeschiedenissen. Baltische zielen geeft een onthutsend beeld van de twintigste eeuw, met al zijn illusies, desillusies, doctrinaire twisten en waanzinnige moordlust.

Beroemdheden en gewone stervelingen wisselen elkaar af in Baltische zielen. Marcus Rothkowitz uit Daugavpils, de latere schilder Mark Rothko. En Ilja Sundelevitsj, die Tallinn moest verlaten en twintig jaar later naar Estland terugkeerde. De beeldhouwer Jacob Lipchitz uit Litouwen. En Loreta Asanaviciuté, die in 1991 door een Russische tank werd overreden. Roman Kacew uit Vilnius, de latere schrijver Romain Gary/Emile Ajar. En Herman Simm, die zijn land, het onafhankelijke Estland, verraadde. De filosofe Hannah Arendt uit Königsberg. En Liselotte barones Von Wrangel, die verbannen werd naar Hitler-Duitsland.

In Estland reconstrueert Jan Brokken de lange weg naar de vrijheid die de componist Arvo Pärt aflegde. In Riga realiseert hij zich welke titanenstrijd de violist Gidon Kremer met zijn vader leverde, die gebukt ging onder de dood van vijfendertig familieleden in de concentratiekampen.

Reizend door het heden, door jonge, trotse, onafhankelijke landen, ziet Jan Brokken schimmen uit het verleden opdoemen. Hij laat zien hoe afschuwelijk maar ook hoe bijzonder mensen kunnen zijn. In geen van zijn boeken komt zoveel geweld voor als in Baltische zielen, in geen van zijn boeken komt de lezer zoveel tederheid en lotsverbondenheid tegen.

Het boek "Scheepsjournaal" van Cees Nooteboom (Boeken VPRO 120611)

 


Scheepsjournaal

Cees Nooteboom reist per schip van Mauritius en Réunion naar Zuid-Afrika, en dan weer van Valparaíso via Kaap Hoorn naar Montevideo en over de weg door het noorden van Argentinië naar Bolivia. Andere reizen voeren hem naar de noordelijkste stad op aarde (Kirkenes) en de zuidelijkste (Ushuaia), naar India en het tropische noorden van Australië, waar in 1942 een Nederlands Pearl Harbor heeft plaatsgevonden, een nu bijna vergeten oorlogsdrama. Jorge Luis Borges, Juan Carlos Onetti, Pablo Neruda: zijn reizen zijn doortrokken van literatuur en geschiedenis. Als hij scheepgaat in Zuid-Amerika denkt hij onvermijdelijk aan Slauerhoff: ‘Vanaf het dek moet hij dan, net als ik nu, de langzaam oplopende hellingen van de stad gezien hebben, met ver daarachter de witte toppen van de Andes.’

Cees Nooteboom voert in Scheepsjournaal de lezer op unieke en intieme wijze mee naar de meest uiteenlopende plekken op de wereld.

Cees Nooteboom

Den Haag, 1933

Cees Nooteboom is een zeer veelzijdig auteur. Hij heeft niet alleen verschillende romans op zijn naam staan, maar ook meerdere dichtbundels en essays. Het reisverhaal is echter het genre waar Nooteboom zich in het bijzonder in heeft  gespecialiseerd. Met zijn vele reisbundels en reisverhalen heeft hij in de loop der jaren veel lof geoogst; zowel nationaal als internationaal.

Romans
In 1955 debuteerde Nooteboom met zijn roman Philip en de anderen. Voor dit boek ontving hij de Anne Frank-prijs. In de loop der jaren worden er verschillende andere romans van Nooteboom gepubliceerd, onder andere De koning is dood (1961) en De ridder is gestorven (1963). Zijn echte doorbraak bij het grote publiek vindt plaats met de roman Rituelen (1980). Latere romans van Nooteboom zijn onder meer Allerzielen (1998) en Paradijs verloren (2004).

Dichtbundels
Het poëziedebuut van Nooteboom vindt plaats in 1956. In dat jaar wordt De doden zoeken een huis gepubliceerd. Later volgen bundels als Gemaakte gedichten (1970) en Aas (1982).

Reisverhalen

Het oeuvre van Nooteboom bestaat voor het grootste deel uit (bundels met) reisverhalen. Al aan het einde van jaren vijftig begint hij met schrijven van (journalistieke) reisverhalen voor onder meer Elsevier. Bekende reisbundels van Nooteboom zijn Een avond in Isfahan (1978), Berlijnse notities (1990) en De koning van Suriname (1997). In 2010 kwam hij na een aantal jaar met een nieuwe bundel met reisverhalen, Scheepsjournaal